Herbalorifa

Er is nog een link met Brabant: in de dertiende eeuw schreef de toenmalige

Hertog Jan van Brabant (1254-1294) het volgende lied:

De naam Herbalorifa kan op meerdere manieren worden verklaard:

1) Het is een verbastering van “Harbalorifa”. “Harba lori fa" is hoogstwaarschijnlijk afgeleid uit het Provençaals: "Herba flors fa" (l'herbe fait des fleurs): 'het kruid staat in bloei'.

2) Tevens zou 'Harba' de Dietse naam voor Brabant zijn. 'Lorifa' is dan met hoge waarschijnlijkheid een verbastering van l'oriflamme, of 'gouden' vlag, vaandel of banier. Het was de naam van het banier van de abdij van Saint-Denis dat vanaf 1124 door de Franse koningen werd meegevoerd in veldslagen. Dit banier zou na de slag van Poitiers in 1356 het officiële koningsvaandel worden.

Eens meien morgens vroege
Was ic upghestaan;
In een scoen boemgerdekine
Soudic spelen gaen.
Daar vant ic drie joncfrouwen staen,
Si waren so wale ghedaen,
Dene sanc voor, dander sanc na:
Harba lorifa, harba harba lorifa,
harba lorifa!


Doe ic versach dat scone cruut
In den boemgardekijn,
Ende ic verhoorde dat suete gheluut
Van den magheden fijn,
Doe verblide dat herte mijn,
Dat ic moeste singhen na:
Harba lorifa, harba harba lorifa,
Harba lorifa!


Doe groette ic die alrescoenste
die daer onder stont.
Ic liet mine arme al omme gaen
Doe ter selver stont;
Ic woudese cussen an haren mont;
Si spra Harba lorifa, harba harba lorifa,
Harba lorifa!c: "Laet staen, laet staen, laet staen".



Tekst van Eens meien morgens vroege: Codex Manesse, ça 1304. Universiteitsbibliotheek Heidelberg

Vroeg op een ochtend in mei
was ik opgestaan;
Ik wilde mij gaan vermeien
in een tuin met bloemen en bijen.
Daar trof ik drie jonkvrouwen aan;
De een zong voor, de ander zong na:
Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

Toen ik die mooie flora zag
in de tuin en het gelach
en het zoete gezang vernam
van de mooie maagden,
toen stond mijn hart in vlam
en zong ik ze vurig na:
Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.

Toen groette ik de allermooiste
die in hun midden stond;
Ik sloeg mijn armen om haar heen,
maar toen ik haar terstond
wilde kussen op haar mond,
sprak ze: 'Ga heen, ga heen, ga heen!'
Harba lori fa, harba harba lori fa, harba lori fa.